Dakpannen op de Everseweg

Over deze locatie
Yerseke en dakpannen hebben samen een bijzondere geschiedenis. Het gaat niet alleen om dakpannen op huizen, maar om hun verrassende rol in de oesterteelt én later in het landschap.
Rond 1870 kwam de oesterteelt in Yerseke op. Oesterlarven hebben een harde ondergrond nodig om zich aan vast te hechten. In plaats van natuurlijke schelpen werden daarom dakpannen gebruikt: goedkoop, beschikbaar en dankzij hun ruwe, kalkrijke structuur zeer geschikt. Wanneer de pannen vol jonge oesters zaten, werden deze eraf geschraapt en verder opgekweekt. Zo groeide Yerseke uit tot een belangrijk centrum van oestercultuur en schelpdierenhandel.
Maar de dakpannen kregen nóg een functie. Langs de sloten van de Everseweg en elders in het Yerseke Moer liggen soms tientallen of honderden afgedankte dakpannen in de oevers. Als beschoeiing beschermen ze de slootkanten tegen afkalving en verzakking.
Van dakpan tot oesterbroed en weer terug naar het landschap.