Oesterputten

Over deze locatie
Tussen Kattendijke en Wemeldinge liggen in de Oosterschelde nog altijd resten van oude oesterputten. Bij eb worden de rechthoekige structuren zichtbaar in het slik: stille getuigen van een tijd waarin hier een bloeiende oesterindustrie ontstond.
Die geschiedenis begon in 1866, toen als experiment de Portugese oester naar Zeeland werd gehaald. Deze groeide sneller en leek beter bestand tegen ziekten dan de inheemse platte oester. Na 1870 werd de Portugese oester dominant, totdat de strenge winter van 1962/1963 daar grotendeels een einde aan maakte.
In de jaren zeventig volgde de introductie van de Japanse oester, tegenwoordig bekend als de Zeeuwse creuse. Deze groeide nog sneller en werd de belangrijkste commerciƫle oester. De platte oester werd daardoor zeldzamer en exclusiever.
De groeiende oesterteelt leidde vanaf de late negentiende eeuw tot investeringen in oesterputten en zuiveringsinstallaties. De vraag uit Frankrijk en Belgiƫ en verbeterde verbindingen over spoor, water en weg stimuleerden de handel. Wat resteert zijn stille sporen van een tijd waarin het water economisch goud waard was.